Toonvorming en de envelope

Naast het unieke karakter van elke instrument heb je bij het bespelen met nog wat eigenschapen te maken. Dat zijn in principe de niet-muzikale klanken die ervoor zorgen dat het unieke karakter van het instrument nog verder wordt benadrukt.

Deze zogenoemde niet-muzikale klanken kun je eigenlijk omschrijven als de niet-tonen en zijn ondanks de omschrijving “niet-muzikale klanken” uitermate van belang om het unieke karakter te benadrukken. Je kunt hier bijvoorbeeld denken aan de bijgeluiden van een plectrum, de drumstok of je vingers. Al deze niet muzikale–tonen kun je ook onderbrengen onder de term transienten.

Toonvorming

Wanneer je een muziekinstrument bespeelt dat is daarin het onderscheidend karakter de toonvorming. Elk instrument ontwikkelt de toon op een bepaalde manier. Van belang is bijvoorbeeld hoe er een noot wordt aangeslagen. Dit gedeelte wordt ook wel het attack-gedeelte van de toon genoemd.

Envelope ADSR

Een andere belangrijke factor wat bijdraagt tot de unieke toon is hoe het volume zich na de aanslag ontwikkeld. De ontwikkeling van het volume wordt ook wel de envelope genoemd en wordt vaak weergeven middels een ADSR-grafiek. Zo’n envelope kun je dan weer onderverdelen in een aantal hoofdonderdelen, namelijk decay, sustain en release. Eigenlijk zou je hier het totale gedeelte van de aanslag moeten nemen, vandaar ook ADSR, waar de A voor attack staat.

Dit attack gedeelte van een toon speelt namelijk een zeer belangrijke rol bij het juist overbrengen van het geluid wanneer je gebruik maakt van een microfoon of bezig bent met geluidsbewerking. Daarom is een goede microfoon hier een belangrijk hulpmiddel om de attack te registreren. Hetzelfde geldt indien je het geluid gaat bewerken. Middels een kwaliteitscompressor zal je instaat zijn de attack zo goed mogelijk te doen herleven.

Leave a Comment